Elke ochtend rond half negen gebeurt het weer: je rijdt over een rechte weg, de zon staat laag boven de horizon en je ziet een paar tellen helemaal niets. Herfst betekent in Nederland niet alleen bladeren en regen, het betekent ook wekenlang een zon die precies op ooghoogte van automobilisten staat. Verkeersongevallen door verblinding pieken in september en oktober, en toch besteedt bijna niemand er aandacht aan tot het te laat is.
Waarom de zon in het najaar zo laag blijft hangen
In de zomer staat de zon rond het middaguur bijna recht boven je hoofd. Vanaf september daalt de zonnestand snel, juist tijdens de spitsuren. Rond acht uur 's ochtends en vijf uur 's middags valt het licht nu bijna horizontaal binnen, precies op de hoogte waar je zonneklep geen bescherming meer biedt. Dat houdt aan tot begin november, wanneer de zon 's ochtends pas later opkomt en het spitsverkeer grotendeels in het donker plaatsvindt.
Het venijnige zit in de timing. Juist tijdens de drukste momenten van de dag, onderweg naar werk of school, staat de zon op precies de verkeerde hoek. Op een rechte polderweg richting het oosten of westen ontkom je er nauwelijks aan, elke bocht brengt de zon terug in je gezichtsveld.
Je reactietijd daalt zonder dat je het doorhebt
Verblinding werkt sluipender dan de meeste bestuurders beseffen. Je oog heeft na een felle lichtflits enkele seconden nodig om zich weer aan te passen, en in die tijd leg je bij 100 kilometer per uur al gauw meer dan honderd meter af zonder scherp zicht. Volgens de ANWB veroorzaakt een laagstaande zon in het najaar zo'n 20 procent meer ongevallen dan in andere periodes. Oogarts Tjeerd de Faber van Het Oogziekenhuis Rotterdam legt op die pagina uit waarom: fel tegenlicht vertraagt niet alleen je zicht, het vertraagt ook hoe snel je hersenen een gevaar herkennen.
Dat is een gevaarlijke combinatie met een langere remweg. Versleten banden remmen op nat wegdek al twaalf meter langer, en die extra afstand heb je juist niet als je een paar tellen niets ziet. Voor motorrijders en fietsers is het risico nog groter: ze zijn kleiner, minder goed zichtbaar tegen een felle achtergrond en hebben geen zonneklep om bij te sturen.
Een vieze voorruit maakt het probleem twee keer zo erg
Een ruit vol vingerafdrukken, insectenresten of een dun laagje aanslag lijkt onschuldig, maar verstrooit laag invallend licht in duizenden richtingen tegelijk. Het resultaat is een waas over je hele gezichtsveld in plaats van een scherpe lichtbron die je met een zonneklep kunt wegnemen. Dat effect wordt sterker naarmate de ruit ouder is, want microscopische krasjes van ruitenwissers werken als extra lichtverstrooiers.
Maak je ruiten daarom aan beide kanten schoon voor je een lange rit richting het oosten of westen maakt, en vervang wissers die strepen trekken. Twijfel je wanneer dat nodig is? Hier lees je waar je op moet letten bij het vervangen van je ruitenwissers.
Wat een polariserende zonnebril wel en niet oplost
Een polariserende zonnebril filtert weerkaatst licht van wegdek en motorkap, en dat scheelt echt. Tegen direct invallend zonlicht, het licht dat frontaal je ogen in schijnt, doet polarisatie vrijwel niets. Daarvoor werkt een gewone zonneklep meestal beter, samen met een bril die simpelweg de totale hoeveelheid licht dempt.
Leg een reservebril in het dashboardkastje in plaats van hem alleen mee te nemen op vakantie. September en oktober zijn de maanden met het grootste risico, ruim voor de winterzon nog lager komt te staan.
De momenten waarop het risico het grootst is
Twee tijdvakken springen eruit: de ochtendspits tussen 8 en 9 uur, wanneer je vaak naar het oosten rijdt, en de avondspits tussen 17 en 18 uur, wanneer de zon vanuit het westen precies in je spiegels en voorruit schijnt. Rijd je dan over een brede rivier, langs een polder of over een viaduct zonder bomen, dan is de kans op een felle lichtflits het grootst.
Nieuwe auto's krijgen steeds vaker sensoren die de binnenspiegel automatisch dimmen, maar het grootste deel van de Nederlandse vloot rijdt nog zonder die techniek. Opletten blijft daarom de beste bescherming, samen met iets meer volgafstand op die twee uren.
Dit doe je morgenvroeg anders
Vertrek als het kan tien minuten eerder of later, zodat je de piek van de laagstaande zon net misloopt. Houd extra afstand op wegen waarvan je weet dat ze recht op de zon uitkomen, en rem al af zodra je merkt dat je zicht wegvalt, in plaats van te wachten tot het te laat is. Het is een vergelijkbaar seizoensrisico als rijden tijdens extreme hitte: iedereen kent het probleem, maar bijna niemand past zijn rijgedrag er echt op aan.
Verblinding voorkom je nooit helemaal, dat hoort nu eenmaal bij de Nederlandse herfst. Met een schone ruit, een bril binnen handbereik en wat extra volgafstand op de gevaarlijke uren haal je wel het grootste risico eruit voordat het een probleem wordt.